ECLI:NL:RBROT:2005:AT6670
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens schending hoorplicht
Eiser kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, die per 11 april 2004 werd ingetrokken. Tevens werd een WW-uitkering toegekend met terugwerkende kracht vanaf 6 september 1999, maar niet uitbetaald vanwege de lange terugwerkende periode. Eiser maakte bezwaar tegen drie primaire besluiten en stelde beroep in tegen het besluit dat deze bezwaren ongegrond verklaarde.
Verweerder trok het beroep gedeeltelijk in en verklaarde het bezwaar tegen de WW-uitkering gegrond, waarna deze alsnog werd toegekend en uitbetaald. De rechtbank oordeelde dat eiser niet tijdig en adequaat was gehoord over de bezwaren tegen de intrekking van de WAO-uitkering en de terugvordering, waardoor het besluit in strijd was met de hoorplicht van artikel 7:2 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet toekennen van proceskostenvergoeding niet-ontvankelijk, vernietigde het besluit voor zover het de WAO-uitkering betrof, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van €644 en het griffierecht van €37.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.