ECLI:NL:RBROT:2005:AS8320
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Van der Ven
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatige gebiedsontzegging door burgemeester Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk niet voldoen aan een gebiedsontzegging opgelegd door de burgemeester van Rotterdam op grond van artikel 172 lid 3 van Pro de Gemeentewet. Het bevel verbood verdachte zich gedurende twaalf weken te begeven in het gebied Binnenrotte vanwege ernstige overlast.
De rechtbank toetste het bevel aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit en concludeerde dat het bevel niet krachtens wettelijk voorschrift was gegeven. De burgemeester had onvoldoende gebruik gemaakt van minder ingrijpende middelen, zoals de verblijfsontzegging op grond van artikel 2.10.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), die een ruimer en adequater instrument biedt voor het bestrijden van overlast.
Daarnaast was de omvang van het gebied en de duur van de ontzegging buiten proportie, mede gezien de psychiatrische problematiek van verdachte die beter met behandeling had kunnen worden bestreden. De rechtbank oordeelde dat het bevel in strijd was met het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank wees tevens de vordering tot verlenging van de proeftijd van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, omdat verdachte na het ingaan van de proeftijd geen strafbare feiten had gepleegd.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige toetsing van bestuursbevelen door de strafrechter en de noodzaak van een volledig dossier voor een adequate beoordeling.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken omdat het gebiedsontzeggingsbevel niet rechtsgeldig was wegens schending van subsidiariteit en proportionaliteit.