ECLI:NL:RBROT:2005:AS4379
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verwijdering leerling met Downsyndroom van openbare basisschool
Verzoekers, ouders van een leerling met het syndroom van Down, maakten bezwaar tegen het besluit van de gemeente Ridderkerk om hun dochter van een openbare basisschool te verwijderen omdat de school niet meer aan haar zorgbehoefte kon voldoen. De rechtbank oordeelde dat het verwijderingsbesluit onvoldoende zorgvuldig was genomen en onvoldoende gemotiveerd was, mede omdat verweerder niet had aangetoond dat het algemene belang van de school in het gedrang kwam.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het verschil tussen verzoekers en verweerder vooral lag in de interpretatie van de besteding van het leerlinggebonden budget en dat verweerder zijn onderzoeksplicht onvoldoende had ingevuld. Er was geen sprake van de in het opnameplan genoemde knelpunten zoals ernstige gedragsproblemen of sociaal-emotionele problemen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het primaire besluit geschorst zodat de leerling tot na het nieuwe besluit op school kan blijven. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan verzoekers.
Uitkomst: Het besluit tot verwijdering van de leerling wordt vernietigd en geschorst totdat een nieuw besluit is genomen.