ECLI:NL:RBROT:2004:BC7828
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst na liquidatie en loonvordering werknemer
Eiseres was aanvankelijk in dienst van een bedrijf in Taiwan en werd uitgezonden naar Nederland om te werken bij een dochteronderneming, gedaagde PGL Europe B.V. Na liquidatie van de dochteronderneming in juli 2003 werd de arbeidsovereenkomst beëindigd. Eiseres keerde begin december 2002 terug naar het hoofdkantoor in Taiwan, waarna zij weer naar Nederland terugkeerde, maar PGL maakte geen gebruik meer van haar diensten en betaalde geen salaris meer.
Eiseres had de harddisk van haar computer meegenomen bij vertrek naar Taiwan, maar deze later geretourneerd. PGL sprak daarop ontslag op staande voet uit wegens ontvreemding van de harddisk. Eiseres betwistte dit ontslag en vorderde loonbetaling over de periode van december 2002 tot augustus 2003, inclusief vakantietoeslag en vakantiedagen.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet automatisch was geëindigd door de terugplaatsing naar Taiwan en dat het ontslag op staande voet onterecht was vanwege het ontbreken van een onverwijlde opzegging. De loonvordering werd als tijdig en gegrond beoordeeld, terwijl overige vergoedingen niet toewijsbaar waren. De kantonrechter veroordeelde PGL tot betaling van het achterstallige loon en verklaarde de arbeidsovereenkomst voortgeduurd tot 15 augustus 2003.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst werd verklaard voortgeduurd tot 15 augustus 2003 en PGL werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon inclusief vakantietoeslag en vakantiedagen.