ECLI:NL:RBROT:2004:AT9848
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Pauw Gerlings - Döhrn
- Van de Water
- De Winkel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte groepsverkrachting wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van groepsverkrachting, aanranding en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De officier van justitie eiste een jeugddetentie van 274 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk. Verdachte voerde een ontvankelijkheidsverweer aan wegens vermeende ontoelaatbare verhoormethoden.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van ontoelaatbare druk tijdens het politieverhoor, waardoor het OM ontvankelijk bleef in de vervolging. Wel werd erkend dat jeugdige verdachten onder druk kunnen bekennen om verlost te zijn van verhoordruk, waardoor de bekentenissen onvoldoende overtuigend waren. Ook de verklaringen van medeverdachten werden ingetrokken.
De verklaringen van het slachtoffer noemden verdachte niet als actieve dader, en er was geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte medepleger was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De jongste rechter kon het vonnis niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.