ECLI:NL:RBROT:2004:AT7657
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Driel
- Rechtspraak.nl
Terugkeer van minderjarige na internationale kinderontvoering naar Spanje
Deze zaak betreft een verzoek van de Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van een minderjarige die zonder toestemming van de vader vanuit Spanje naar Nederland is gebracht door de moeder. De ouders hebben gezamenlijk gezag over het kind, dat voorheen in Spanje woonde. De moeder vreesde voor het welzijn van het kind vanwege het vermeende alcoholprobleem en mishandeling door de vader.
De rechtbank overweegt dat het Verdrag inzake internationale ontvoering van kinderen van toepassing is en dat de overbrenging en het vasthouden van het kind in Nederland in strijd zijn met artikel 3 van Pro het Verdrag. De moeder kon geen uitzonderingssituatie aantonen die terugkeer zou verhinderen, zoals bedoeld in artikel 13 lid 1 onder Pro b.
De rechtbank oordeelt dat het kind niet geworteld is in Nederland gezien de korte verblijfsduur en dat de zorgen over de vader onvoldoende zijn onderbouwd om terugkeer te weigeren. Een nader onderzoek naar de zorgcapaciteit van de vader is niet noodzakelijk. De terugkeer wordt bevolen, met compensatie van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de terugkeer van de minderjarige naar Spanje binnen drie weken, bij uitblijven afgifte aan de vader.