ECLI:NL:RBROT:2004:AS8323
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- mr. Hofmeijer-Rutten
- mr. Oostdam
- mr. Hartmann
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke veroordeling voor feitelijk leidinggeven bij niet-naleving sociale verzekeringsverplichtingen
De rechtbank Rotterdam heeft op 17 december 2004 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet nakomen van verplichtingen uit de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) in de periode van februari 1998 tot oktober 2001.
De zaak betrof onder meer het niet juist of onvolledig voldoen aan premieverplichtingen door de vennootschappen waarvan verdachte feitelijk leidinggever was. Verdachte werd mede verantwoordelijk gehouden voor de verboden gedragingen, omdat hij als bedrijfsleider werd gezien en betrokken was bij de planning en contacten met opdrachtgevers.
De rechtbank verwierp het verweer dat de officier van justitie niet-ontvankelijk was op grond van het una via-beginsel en overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel de redelijke termijn werd overschreden, was dit grotendeels aan verdachte zelf te wijten en was de zaak complex.
De rechtbank sprak verdachte vrij voor feiten die zich voordeden voor zijn indiensttreding en voor enkele andere tenlastegelegde feiten, maar verklaarde bewezen dat verdachte vanaf februari 1998 tot oktober 2001 de verboden gedragingen heeft begaan. Gelet op de ernst van de feiten legde de rechtbank een werkstraf van 200 uur op, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar, en vervangende hechtenis bij niet-nakoming van de taakstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar wegens feitelijk leidinggeven aan het niet nakomen van sociale verzekeringsverplichtingen.