ECLI:NL:RBROT:2004:AS3776
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervroegde toelating speciaal onderwijs voor kind met spraakmoeilijkheden
Verzoekster heeft namens een kind met ernstige spraakmoeilijkheden verzocht om een ontheffing van de wettelijke minimumleeftijd van 4 jaar voor toelating tot het speciaal onderwijs. De inspecteur-generaal van het onderwijs heeft dit verzoek afgewezen op grond van het beleid om maximaal 26 weken ontheffing toe te staan.
De rechtbank toetst terughoudend het discretionaire besluit van de inspecteur en oordeelt dat het beleid om maximaal 26 weken ontheffing te verlenen redelijk is en binnen de beleidsvrijheid valt. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een langere ontheffing rechtvaardigen.
Verzoekster heeft onvoldoende tegenbewijs geleverd om het besluit te wijzigen. Ook de indicatiestelling door de Commissie voor de Indicatiestelling leidt niet tot een recht op onmiddellijke toelating. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van vervroegde toelating wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.