ECLI:NL:RBROT:2004:AR5918
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet-bekendmaking subsidiebeëindigingsbesluit
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Justitie om de subsidie in leefgelden en bijkomende kosten te beëindigen per 1 maart 2003. De Minister had het besluit aan de Stichting NIDOS gestuurd, die dit aan eiseres mededeelde, maar het besluit zelf is nooit rechtstreeks aan eiseres of haar gemachtigde toegezonden of uitgereikt.
De rechtbank oordeelt dat het besluit niet is bekendgemaakt in de zin van artikel 3:41 Awb Pro, waardoor het besluit niet in werking is getreden volgens artikel 3:40 Awb Pro. Hierdoor is de bezwaartermijn niet aangevangen en was het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren onterecht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 26 juli 2004, beveelt de Minister binnen vier weken een beslissing op het bezwaar te nemen en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het onderzoek wordt gesloten omdat het beroep kennelijk gegrond is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de subsidie wordt vernietigd wegens niet-bekendmaking.