ECLI:NL:RBROT:2004:AR5016
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering te veel ontvangen WW-uitkering in verband met VUT-uitkering
Eiser ontving naast zijn dienstbetrekking een WW-uitkering en een VUT-uitkering. Verweerder stelde vast dat eiser een te hoog bedrag aan WW-uitkering had ontvangen omdat de VUT-uitkering niet in mindering was gebracht en vorderde dit terug.
Eiser voerde aan dat de VUT-uitkering gelijkgesteld moest worden aan een andere dienstbetrekking, waardoor artikel 34, zevende lid, van de WW van toepassing zou zijn en de terugvordering onterecht was. De rechtbank oordeelde echter dat de VUT-uitkering voortkwam uit dezelfde dienstbetrekking waaruit de werkloosheid was ontstaan en dat de wetgever niet de bedoeling had om in dergelijke situaties artikel 34, eerste lid, buiten toepassing te laten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was de te veel betaalde uitkering terug te vorderen en dat er geen dringende redenen waren om daarvan af te zien. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de terugvordering werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van te veel ontvangen WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.