ECLI:NL:RBROT:2004:AQ6897
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verlaging bijstandsuitkering wegens werkweigering
Verzoekers ontvingen een besluit van de gemeente Rotterdam waarin hun bijstandsuitkering over de periode van 11 mei 2004 tot 11 september 2004 met 100% werd verlaagd wegens het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de maatregel terecht was opgelegd omdat verzoeker een baan als inpakker had geweigerd zonder dat de opgegeven redenen, zoals medische belemmeringen en familieomstandigheden, steekhoudend waren.
Echter, de voorzieningenrechter constateerde dat de gemeente de duur van de maatregel onjuist had vastgesteld door een dubbele verdubbeling toe te passen, terwijl de Afstemmingsverordening WWB dit niet voorziet. Ook was de ingangsdatum van de maatregel niet conform de verordening vastgesteld, aangezien deze niet op de eerste dag van de volgende kalendermaand was gelegd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting niet in stand zal blijven en besloot daarom het besluit te schorsen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoekers. Hiermee werd een voorlopige voorziening getroffen die verzoekers beschermt tegen de onrechtmatige verlaging van hun uitkering.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstandsuitkering wordt geschorst en de uitkering wordt conform norm doorbetaald.