ECLI:NL:RBROT:2004:AO6259
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. van den Hurk
- H.P.M. Meskers
- M.K. Bulterman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van het Besluit Beheer Haringvlietsluizen en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Het geschil betreft het Besluit Beheer Haringvlietsluizen (BBH) dat door verweerder is vastgesteld en waarbij het beheer van de sluizen wordt gewijzigd met het oog op ecologische en waterbeheerdoelstellingen. Eisers, waterschappen en waterbedrijven, hebben bezwaar gemaakt tegen onderdelen van het besluit.
De rechtbank beoordeelt eerst de wettelijke grondslag van het BBH en stelt vast dat het besluit een publiekrechtelijke bevoegdheid betreft, gebaseerd op de Wet op de waterhuishouding en de Waterstaatswet. Vervolgens wordt onderzocht of het BBH een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. De rechtbank oordeelt dat de artikelen 1, 3, 4 en 7 van het BBH niet gericht zijn op rechtsgevolgen voor een beperkte groep en daarom geen besluit in de zin van de Awb vormen.
Daarmee heeft verweerder ten onrechte de bezwaren van eisers in behandeling genomen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover eisers zijn ontvangen in hun bezwaar, en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard. Tevens worden proceskosten aan verweerder opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van de juiste kwalificatie van bestuursbesluiten en de grenzen van bezwaar- en beroepsprocedures onder de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover eisers zijn ontvangen in hun bezwaar, en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard.