ECLI:NL:RBROT:2004:AO3173
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens inlichtingenverzuim
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering die per 1 april 2003 werd opgeschort en later ingetrokken door verweerder wegens het niet verstrekken van noodzakelijke inlichtingen en het weigeren van medewerking aan een huisbezoek. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het opschortingsbesluit rechtens onaantastbaar was, maar dat de intrekking zelf nog getoetst kon worden. Het bestreden besluit was onvoldoende gemotiveerd en niet direct gebaseerd op de wettelijke grondslag voor intrekking. Wel was duidelijk dat verzoekster onvoldoende medewerking verleende, met name door het niet kunnen verklaren van geldleningen en het weigeren van het huisbezoek.
De rechter stelde dat het niet meewerken aan het huisbezoek op zichzelf geen reden was voor intrekking, maar het inlichtingenverzuim over de financiële situatie wel. Verzoekster had voldoende gelegenheid gehad om de gevraagde informatie te verstrekken maar had dit nagelaten. Daarom was het aannemelijk dat het besluit in bezwaar gehandhaafd zou worden en was er geen reden voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.