ECLI:NL:RBROT:2004:AO2750
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.F.C. Francken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum Abw-uitkering bij late aanvraag na WW-afwijzing
Eiser ontving van 3 december 2001 tot 9 januari 2002 een Abw-uitkering die werd beëindigd wegens werkaanvaarding. Na afwijzing van zijn WW-uitkering wegens niet voldoen aan de wekeneis, vroeg eiser op 12 juli 2002 een Abw-uitkering aan met ingang van 12 juni 2002, de datum van zijn WW-aanvraag. Eiser stelde dat de ingangsdatum 9 februari 2002 moest zijn, omdat hij toen al contact had met het CWI, maar door gebrek aan papieren niet kon aanvragen.
De rechtbank overwoog dat uit de stukken niet blijkt dat eiser daadwerkelijk in februari 2002 een aanvraag heeft gedaan. De stelling dat hij toen werd weggestuurd vanwege ontbrekende documenten maakt aannemelijk dat geen aanvraag is ingediend. Het wachten op een contract van de werkgever vormt geen bijzondere omstandigheid die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigt.
Het gemeentelijk beleid, dat de datum van melding bij de uitvoeringsinstelling als ingangsdatum hanteert en binnen zeven dagen na afwijzing van WW een ruimere interpretatie toestaat, is niet onredelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de ingangsdatum van de Abw-uitkering op 12 juni 2002 wordt ongegrond verklaard.