ECLI:NL:RBROT:2003:AR5002
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inschrijving geldtransactiekantoor en intrekking ontheffing
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot inschrijving in het register van geldtransactiekantoren op grond van de Wet inzake de Geldtransactiekantoren (Wgt). Verweerster heeft dit verzoek afgewezen omdat de bedrijfsvoering en administratieve organisatie van verzoekster niet voldoen aan de wettelijke eisen, en tevens is de aan verzoekster verleende ontheffing op grond van de Wet toezicht kredietwezen 1992 ingetrokken.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om schorsing van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter heeft ter zitting vastgesteld dat de integriteit van het financiële stelsel in gevaar kan komen door de tekortkomingen in de bedrijfsvoering en administratieve organisatie van verzoekster. Hoewel verzoekster inmiddels een bankgarantie heeft overgelegd, blijven de andere tekortkomingen bestaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerster voldoende tijd en gelegenheid heeft gegeven om de tekortkomingen te herstellen en dat het niet voldoen aan de eisen van de Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wgt een redelijke grond is voor afwijzing. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De intrekking van de ontheffing volgt rechtsgevolg uit de Wgt en is niet onrechtmatig.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van een integere bedrijfsvoering en administratieve organisatie voor geldtransactiekantoren ter bescherming van het financiële stelsel en consumenten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot afwijzing van inschrijving en intrekking van ontheffing wordt afgewezen.