ECLI:NL:RBROT:2003:AO5987

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00/530 en 531R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R. de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 FwArt. 338 lid 4 FwArt. 350 lid 3 sub e FwArt. 14 lid 1 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering homologatie en beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onttrekking aan boedel

De rechtbank Rotterdam heeft kennisgenomen van de verificatievergaderingen en het ontwerp van het akkoord in de schuldsaneringsregelingen van de schuldenaren. De rechter-commissaris adviseerde het akkoord niet te homologeren vanwege onttrekking van €7.000 aan de boedel voor aflossing van privé-schulden.

De schuldenaren erkenden het aflossen van privé-schulden tijdens de regeling, maar betwistten het bedrag. De rechtbank volgt het advies van de rechter-commissaris en weigert de homologatie van het akkoord. Omdat de schuldenaren een aanzienlijk bedrag aan enkele privé-schuldeisers betaalden, waardoor andere schuldeisers werden benadeeld, wordt de regeling beëindigd.

Op grond van artikel 350 lid 3 sub e Faillissementswet Pro worden de schuldenaren bij kracht van gewijsde van dit vonnis in staat van faillissement verklaard. De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en curator, stelt het salaris van de bewindvoerder vast en regelt de kosten van publicaties. Tevens wordt een postblokkade ingesteld en krijgt de curator last tot het openen van post gericht aan de gefailleerden.

Uitkomst: De homologatie van het akkoord wordt geweigerd en de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met faillietverklaring van de schuldenaren.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Rotterdam,
Enkelvoudige kamer
Bij vonnissen van deze kamer van 6 december 2000 is de definiteve toepassing van de schulsaneringsregelingen uitgesproken ten aanzien van:
D. A.
geboren op
en
Y. C. ,
geboren op,
beiden wonende te
schuldenaren.
De rechtbank heeft kennis genomen van de processen-verbaal van de gehouden
verifcatievergadering d.d. 19 september 2002, 15 november 2002 en 13 december 2002, alsmede van het aangenomen ontwerp van een akkoord.
De rechter-commissaris heeft ter terechtzitting van heden verslag uitgebracht. De inhoud van genoemd verslag, waarin de rechter-commissaris de rechtbank adviseert het akkoord niet te homologeren, dient als hier ingevoegd te worden beschouwd. Bezwaren van schuldeisers zijn noch bij de verificatievergadering noch ter zitting naar voren gebracht.
Uit eerdergenoemd proces-verbaal d.d. 13 december 2002 blijkt dat de bewindvoerder heeft verklaard dat de schuldenaren tijdens de schuldsaneringsregeling € 7.000,- hebben aangewend om privé-schulden af te lossen, hetgeen door de schuldenaren niet werd betwist. Ter terechtzitting van heden hebben de schuldenaren verklaard tijdens de schuldsaneringsregeling privé-schulden te hebben afbetaald. De schuldenaren hebben betwist dat het een bedrag van € 7.000,- betreft.
Ten aanzien van de homologatie oordeelt de rechtbank conform het advies van de rechter-commissars, zoals deze dit heeft verwoord in eerder genoemd verslag, zijnde diens verslag ex artikel 337 Faillissementwet Pro d.d. 20 december 2002.
Vervolgens is aan de orde de vraag of de schuldsaneringsregelingen dienen te worden voortgezet. De schuldenaren hebben tijdens de schuldsaneringsregeling een aanzienlijk bedrag aan enkele privé-schuldeisers betaald, als gevolg waarvan hun overige schuldeisers zijn benadeeld. De schuldenaren wisten dan wel behoorden te weten dat hierdoor de overige schuldeisers benadeeld zouden worden. Immers, zonder voornoemde betalng had het aldus weggevloeide bedrag ter verdeling onder alle schuldeisers kunnen worden aangewend. De rechtbank is van oordeel dat voornoemd handelen voldoende grond oplevert om de schuldsaneringregelingen niet voor te zetten maar te beëindigen.
Aangezien de schuldsaneringsregelingen worden beëindigd op grond van het bepaalde in artikel 350 derde Pro lid onder e van de Faillissementswet, verkeren de schuldenaren van rechtswege in staat van faillissement, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank zal aanstonds een rechter-commissaris benoemen en een curator aanstellen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, lid 1 van de Faillissementswet zal een postblokkade worden ingesteld.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregelingen bevolen publicaties worden begroot op € 800,- en dienen tot voornoemd bedrag uit de boedel te worden voldaan en komen voor het meerdere ten laste van de Staat.
BESLISSING
De rechtbank:
- weigert de homologatie van het op 31 december 2002 aangenomen akkoord;
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregelingen en benoemt in de faillissementen van de schuldenaren als rechter-commissaris mr. Van B ,
en stelt aan tot curator mr. H ,
gevestigd te Rotterdam;
- stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 789,85 ( exclusief
de daarover verschuldigde omzetbelasting);
- bepaalt dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties tot een
bedrag van € 800,- ten laste van de boedel komen en voor het meerdere ten lastevan de Staat worden gebracht.
- geeft last aan de curator tot het openen van aan de gefailleerden gerichte brieven en
telegrammen.
Gewezen door mr. R , lid van genoemde kamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.