ECLI:NL:RBROT:2003:AO1611
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wachturen tellen mee als gewerkte uren bij herziening WW-uitkering
Eiser ontving sinds 10 augustus 1998 een WW-uitkering. Na het constateren dat eiser werkzaamheden had verricht in december 2002 zonder dit tijdig te melden, herzag het UWV de uitkering met terugwerkende kracht en beëindigde deze gedeeltelijk voor 14 uur over de periode 16 tot en met 18 december 2002. Eiser maakte bezwaar en stelde dat wachturen niet als gewerkte uren mochten worden meegeteld en dat het aantal uren ten onrechte op 14 was gesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn informatieplicht had geschonden door niet tijdig te melden dat hij had gewerkt, waardoor het UWV terecht de uitkering herzag. Wel concludeerde de rechtbank dat de wachturen tijdens de rit als reguliere werkonderbreking moeten worden beschouwd en niet als aparte gewerkte uren, waardoor het aantal uren waarover de uitkering werd beëindigd ten onrechte op 14 was gesteld in plaats van 11.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en stelde dat de WW-uitkering van eiser over de periode 16 tot en met 18 december 2002 gedeeltelijk moest worden beëindigd voor 11 uur. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De WW-uitkering van eiser wordt gedeeltelijk beëindigd voor 11 uur in plaats van 14 uur over de periode 16 tot en met 18 december 2002.