ECLI:NL:RBROT:2003:AN9554
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking ontslagverzoek ambtenaar en belangenafweging bij eervol ontslag
Eiser, sinds 1980 in dienst bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, diende op 8 september 2002 zijn ontslag in met ingang van 12 september 2002. Verweerder verleende dit ontslag eervol bij besluit van 26 september 2002, met formele ingang op 15 november 2002 vanwege verlofdagen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht later het ontslagverzoek in te trekken, maar dit was na het besluit. De rechtbank oordeelt dat het intrekken van het ontslagverzoek na het besluit geen effect heeft en het ontslagrechtmatig is verleend.
Eiser stelde dat verweerder onrechtmatig informatie aan zijn nieuwe werkgever, de gemeente Den Haag, had verstrekt, wat leidde tot ontslag aldaar. De rechtbank stelt echter vast dat deze kwestie buiten haar beoordeling valt. Ook de belangenafweging van verweerder, waarbij het dienstbelang zwaarder woog dan het belang van eiser, wordt als redelijk en zorgvuldig beoordeeld.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, en de rechtbank wijst een verzoek tot voortzetting van een ingetrokken beroep af. Er is geen aanleiding voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat het ontslag op eigen verzoek van eiser rechtsgeldig is en dat de belangenafweging door verweerder adequaat was.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het eervol ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard.