ECLI:NL:RBROT:2003:AH9236
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- E.I. Batelaan-Boomsma
- L.J.J. Rogier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom Wtk 1992 wegens procedurele en inhoudelijke gebreken
Bij vier besluiten van 27 juli 2001 legde De Nederlandsche Bank namens de Minister van Financiën aan vier eisers lasten onder dwangsom op ter handhaving van artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992). Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelde dat eisers 1 en 3 hun bezwaar niet tijdig en schriftelijk hadden ingediend en daarom niet-ontvankelijk waren, waardoor het bestreden besluit voor hen werd vernietigd. Voor eisers 2 en 4 werd het beroep deels gegrond verklaard wegens onjuiste toepassing van de dwangsomoplegging, met name omdat verweerder zowel een dwangsom ineens als per dag toepaste zonder keuze, wat strijdig is met de wet.
De rechtbank bevestigde dat eisers in strijd met artikel 82 Wtk Pro 1992 hebben gehandeld door bedrijfsmatig gelden van het publiek aan te trekken en dat verweerder bevoegd was om lasten onder dwangsom op te leggen. De dwangsommen waren proportioneel en het belang van beleggersbescherming woog zwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eisers. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer bestuursrecht op 11 juni 2003.
Uitkomst: Het beroep van eisers 1 en 3 is gegrond wegens niet-ontvankelijkheid, het beroep van eisers 2 en 4 deels gegrond wegens onjuiste dwangsomoplegging, met vernietiging van het bestreden besluit en toewijzing van proceskosten.