ECLI:NL:RBROT:2003:AF9122
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Riphagen
- J.C. Gerritse
- M.J.L. Lamers-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningplicht en machtspositie bij oprichting Digitenne Holding
Op 6 maart 2001 meldden KPN, Nozema en NOB hun voornemen tot oprichting van Digitenne Holding, een gemeenschappelijke onderneming voor digitale televisie-uitzendingen via DVB-T. De directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit besloot op 2 april 2001 dat voor deze concentratie geen vergunning vereist was. Eiseres, een exploitant van omroepzendernetwerken, stelde dat de relevante markt onjuist was afgebakend en dat de concentratie een machtspositie zou creëren die de mededinging belemmert.
De rechtbank stelde vast dat de relevante markt ruimer moet worden gezien dan alleen digitale televisie, namelijk inclusief digitale radio- en interactieve diensten vanwege de restcapaciteit van de DVB-T frequenties. Eiseres werd als belanghebbende erkend omdat zij op deze deelmarkten mogelijk concurrentie kan vormen. De rechtbank concludeerde echter dat Digitenne Holding geen machtspositie kan verkrijgen, mede door sterke concurrentie van kabelmaatschappijen en andere aanbieders.
Ook de stellingen over een machtspositie van Nozema werden verworpen, aangezien Nozema alleen infrastructuur aanbiedt en geen directe doorgifte van signalen verzorgt. Verder achtte de rechtbank het risico op coördinatie van marktgedrag tussen de moederbedrijven onvoldoende concreet om een vergunningplicht te rechtvaardigen.
Gelet op het wettelijk kader en de feiten handhaafde de rechtbank het besluit van de directeur-generaal en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit dat geen vergunning vereist is, wordt gehandhaafd.