ECLI:NL:RBROT:2003:AF3257
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- E.F.C. Francken
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke heffing op effectengerelateerde inkomsten en de toepassing van EU-richtlijn kapitaalbelasting
In deze bestuursrechtelijke zaak zijn meerdere effecteninstellingen (eiseressen) in beroep gegaan tegen door de Autoriteit Financiële Markten opgelegde heffingen over hun effectengerelateerde inkomsten in het jaar 2000. De heffingen zijn gebaseerd op de Regeling toezichtkosten Wet toezicht effectenverkeer 1995 en de Vaststellingsregeling 2000, waarbij de hoogte van de heffing wordt bepaald aan de hand van bandbreedtes van inkomsten uit effectengerelateerde activiteiten.
Eiseressen betogen dat deze heffingen in feite een indirecte kapitaalbelasting vormen die verboden is op grond van Richtlijn 69/335/EEG, omdat zij een belasting vormen op het in omloop brengen of verhandelen van effecten. Verweerster stelt dat het hier geen belasting betreft maar een vergoeding voor toezichtskosten, en beroept zich op uitzonderingen in de richtlijn.
De rechtbank acht het noodzakelijk om het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om een prejudiciële beslissing te verzoeken over de uitleg van de artikelen 11 en 12 van de Richtlijn, met name of de heffing een verboden indirecte belasting is of onder een uitzondering valt. De uitspraak zal richtinggevend zijn voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de opgelegde heffingen.
Uitkomst: De rechtbank heeft een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie over de rechtmatigheid van de heffing op effectengerelateerde inkomsten.