ECLI:NL:RBROT:2002:AR5217
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G.M. Simons
- J. Riphagen
- M.J.L. Lamers-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep gemeente Roosendaal tegen besluit Mededingingswet
De Stichting Academie voor Kunstzinnige Vorming diende een aanvraag in bij de Nederlandse mededingingsautoriteit om toepassing van artikel 56 van Pro de Mededingingswet te verkrijgen ten aanzien van twee scholen in Roosendaal. Verweerder wees deze aanvraag af op grond dat de scholen in strijd met artikel 24, eerste lid, van de Mededingingswet zouden handelen. De Stichting maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij het bezwaar deels werd gehonoreerd: de scholen werden juridisch als onzelfstandige onderdelen van de gemeente Roosendaal aangemerkt. Tegen dit bestreden besluit stelde de gemeente Roosendaal beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente bevoegd en belanghebbende was om beroep in te stellen. Echter, de rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een geschil over een besluit van een bestuursorgaan, omdat het bestreden besluit geen handhavend optreden tegen de gemeente toestond en de gemeente zich met dit besluit kon verenigen. Het beroep was gericht op een principiële uitspraak over het ondernemerschap van de gemeente, waarvoor de Awb geen rechtsbescherming biedt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan (proces)belang. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer bestuursrecht van de rechtbank Rotterdam op 6 februari 2002.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Roosendaal wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan (proces)belang.