ECLI:NL:RBROT:2002:AQ1034
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.F.C. Francken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAZ-uitkering wegens cumulatie met WAO-uitkering volgens artikel 8 lid 13 WAZ
Eiser heeft een WAZ-uitkering aangevraagd naast zijn bestaande WAO-uitkering. Verweerder heeft dit geweigerd op grond van artikel 8, dertiende lid, van de WAZ, omdat de WAO-uitkering op de dag voorafgaand aan het intreden van de arbeidsongeschiktheid hoger was dan de grondslag voor de WAZ-uitkering.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de toename van arbeidsongeschiktheid en de gescheiden inkomensstromen van WAO en WAZ cumulatie rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde echter dat het dwingendrechtelijke karakter van artikel 8 lid 13 WAZ Pro geen ruimte laat voor afwijking en dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen inhoudelijke medische of arbeidskundige gronden had aangevoerd tegen het besluit en dat het bezwaar zich beperkte tot de uitleg van de wettelijke bepalingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder mocht het besluit handhaven.
De procedure omvatte meerdere besluiten, waaronder intrekking van eerdere besluiten en niet-ontvankelijkverklaringen van bezwaren, welke door de rechtbank werden bevestigd. De rechtbank wees erop dat eiser voor herziening van het dagloon een apart verzoek kan indienen.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.F.C. Francken op 20 augustus 2002, waarbij de rechtbank het beroep van eiser ongegrond verklaarde en geen proceskostenveroordeling oplegde.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een WAZ-uitkering naast zijn WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.