ECLI:NL:RBROT:2002:AE1768
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G.M. Simons
- J.C. Gerritse
- M.J.L. Lamer-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbenschap bij bezwaar tegen mededingingsbesluiten inzake Protocol elektriciteitssector
Eiseres, een industrieel partner in joint ventures die warmtekrachtcentrales exploiteren, maakte bezwaar tegen besluiten van verweerder die het Protocol van SEP en EnergieNed betreffen. Dit Protocol regelt tarieven in de elektriciteitssector en is volgens verweerder niet onderworpen aan het verbod van artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet (Mw).
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen rechtstreeks belanghebbende is bij deze besluiten. Hoewel eiseres financieel nadeel ondervindt door het Protocol, vloeit dit nadeel voort uit de contractuele relatie met haar joint venture-partner EDON. Volgens vaste jurisprudentie levert een contractuele relatie slechts een afgeleid belang op, wat onvoldoende is voor ontvankelijkheid in bezwaar.
Eiseres voerde aan dat zij als producent via de joint ventures concurrent is van centrale elektriciteitsproducenten en daarom belanghebbende zou zijn. De rechtbank verwierp dit omdat eiseres niet zelfstandig als producent optreedt en volledig afhankelijk is van samenwerking met andere ondernemingen.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en benadrukt dat nationale procesregels niet in strijd zijn met het communautaire recht zolang zij niet onredelijk belemmeren. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij kan haar rechten via civielrechtelijke procedures nastreven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid.