ECLI:NL:RBROT:2001:AF0507
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. J. van Boven
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks niet te goeder trouw zijn bij ontstaan schulden
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens onvermogen zijn schulden te betalen. Uit de procedure is gebleken dat verzoeker zijn schulden heeft opgebouwd door risicovolle beleggingen in opties met geleend geld, wat resulteerde in aanzienlijke verliezen. Ondanks dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden, omdat hij bewust de risico's nam en een verantwoordelijke functie bij een bank bekleedde, heeft de rechtbank de regeling toch van toepassing verklaard.
De rechtbank heeft hierbij bijzondere omstandigheden meegewogen, waaronder de ernstige ziekte van verzoeker en zijn hoge inkomen, dat hem in staat stelt gedurende de looptijd van de regeling een substantieel bedrag aan zijn schuldeisers te betalen. Verzoeker maakte de indruk bereid en in staat te zijn de verplichtingen van de regeling na te komen.
De rechtbank besloot de schuldsaneringsregeling definitief toe te passen, de gelegde beslagen te laten vervallen en een rechter-commissaris en bewindvoerder te benoemen die bevoegdheden krijgen om de schuldenaar te begeleiden en zijn post te openen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de schuldsaneringsregeling definitief van toepassing ondanks het ontbreken van goed vertrouwen bij het ontstaan van de schulden.