ECLI:NL:RBROT:2001:AD4534
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake toewijzing FM-etherfrequentie Friesland
Verzoeker diende op 11 mei 2000 een aanvraag in voor toewijzing van een FM-etherfrequentie in Friesland. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 21 juli 2000 af, met als motief dat tussentijdse toewijzing niet doelmatig is vanwege de geplande integrale herverdeling van frequenties (zero base). Verzoeker maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard op 3 april 2001. Vervolgens stelde verzoeker beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder, waarbij geen tussentijdse verdeling van frequenties plaatsvindt voorafgaand aan zero base, gerechtvaardigd is gezien het integrale karakter en de complexiteit van de internationale coördinatie. Er was op het moment van het besluit een reëel uitzicht op een redelijke termijn voor besluitvorming en implementatie van de veiling. Bovendien was er sprake van schaarste aan frequenties, waardoor de veiling of vergelijkende toets de juiste procedure is.
Verzoekers argumenten over het ontbreken van schaarste, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werden verworpen. Ook het verzoek om uitgifte op non interference-basis werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de aanvraag voor een FM-etherfrequentie in Friesland wordt afgewezen.