ECLI:NL:RBROT:2001:AD4296
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Santema
- Rechtspraak.nl
Vervolging vrijwilligster voor onderdak aan uitgeprocedeerde vluchtelingen ondanks gedoogbeleid
De rechtbank Rotterdam heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de officier van justitie ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte, die als vrijwilligster voor Stichting Vluchtelingenwerk onderdak bood aan uitgeprocedeerde vluchtelingen. De verdediging voerde aan dat het OM handelde in strijd met het vertrouwensbeginsel vanwege een jarenlang gedoogbeleid, en dat er sprake was van discriminatie omdat vergelijkbare instellingen niet werden vervolgd. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat geen sprake was van willekeur of schending van het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, namelijk het handelen in strijd met artikel 60 van Pro het Vreemdelingenbesluit. Wel werd geconstateerd dat verdachte een sterke emotionele band had met het gezin en onder zware druk stond, maar het beroep op psychische overmacht werd verworpen omdat verdachte vooraf juridisch advies had ingewonnen en tot een redelijke belangenafweging in staat was.
De rechtbank overwoog dat het niet aan de rechter is om de billijkheid van de wet te beoordelen en dat het strafbaar stellen van het feit juist is bedoeld om opsporing van illegale vreemdelingen te vergemakkelijken. Uiteindelijk werd geen straf of maatregel opgelegd vanwege de bijzondere omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte strafbaar verklaard voor overtreding Vreemdelingenbesluit, maar geen straf opgelegd vanwege bijzondere omstandigheden.