ECLI:NL:RBROT:2001:AB2666
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep werkgever wegens ontbreken rechtstreeks belang bij WAO-uitkering
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Rotterdam geoordeeld over het beroep van een werkgever tegen een besluit waarbij aan een werknemer een WAO-uitkering werd toegekend. De werknemer had een WAO-uitkering aangevraagd en na bezwaar werd deze toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.
De werkgever stelde dat zij als derde-belanghebbende rechtsgevolgen ondervond, met name door premieverhoging ingevolge de Wet Pemba, en dat zij daarom ontvankelijk moest worden verklaard in haar beroep. Verweerder stelde echter dat het besluit geen financiële gevolgen voor de werkgever zou hebben en dat het belang van de werkgever voortvloeit uit de arbeidsrechtelijke verhouding met de werknemer, niet uit het bestuursrechtelijke besluit.
De rechtbank overwoog dat de werkgever geen rechtstreeks belang had bij het bestreden besluit en daarom niet als belanghebbende kon worden aangemerkt. De verplichting tot het verstrekken van een suppletie op de WAO-uitkering vloeit voort uit de arbeidsrechtelijke relatie en niet uit het bestuursrechtelijke besluit. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang bij het bestuursrechtelijke besluit.