ECLI:NL:RBROT:2001:AB1816
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op werkstakingen en acties bij arbeidsconflict ECT en bonden
In deze kortgedingprocedure vorderden ECT en Alliantie c.s. een verbod op het organiseren en ondersteunen van werkstakingen door de bonden, al dan niet met een voorafgaande aankondiging, onder dreiging van dwangsommen. Tevens vorderde RCV soortgelijke beperkingen op acties, waaronder een verplichte aankondiging 72 uur van tevoren en een beperking van frequentie.
De bonden stelden dat zij recht hadden tot actie omdat de onderhandelingen met ECT waren vastgelopen en betwistten dat acties niet waren aangekondigd. De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk onderhandelingen hadden plaatsgevonden, maar dat partijen niet tot overeenstemming waren gekomen, waardoor een patstelling was ontstaan.
De rechtbank benadrukte dat collectieve acties onder artikel 6 EVRM Pro vallen en in beginsel rechtmatig zijn tenzij zwaarwegende procedureregels zijn geschonden of de acties onredelijk zijn. De stelling dat acties niet waren aangekondigd werd verworpen, aangezien de bonden ECT een ultimatum en aankondiging hadden gegeven.
Ook de door ECT en RCV aangevoerde schade aan derden werd onvoldoende onderbouwd geacht om de acties onrechtmatig te verklaren. Derden konden rekening houden met de acties en eventuele schade was inherent aan het stakingsrecht.
Daarom wees de president de vorderingen af en veroordeelde ECT, Alliantie c.s. en RCV in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot verbod op werkstakingen en acties worden afgewezen omdat deze rechtmatig zijn.