ECLI:NL:RBROT:2001:AB0888
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verhoging bruto-salarissen op grond van overlegplicht over overhevelingstoeslag afgewezen
FNV Bondgenoten en CNV Bedrijvenbond vorderden in kort geding dat ECT met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 werd veroordeeld tot een salarisverhoging van 1,9%, gebaseerd op de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen en bijbehorende besluiten. De vordering was bedoeld als voorschot totdat in een bodemprocedure een definitief oordeel zou volgen.
De kern van het geschil betrof de uitleg van een bepaling uit het Protocol bij de ECT-CAO 1997-1998, waarin een overlegplicht was opgenomen over de overhevelingstoeslag. De eisers stelden dat deze overlegplicht ook na afloop van die CAO-periode bleef gelden en dat ECT daarom tot salarisverhoging moest worden veroordeeld.
De rechtbank oordeelde dat uit de tekst van het Protocol en andere stukken niet kan worden afgeleid dat de overlegplicht beperkt was tot de looptijd van de oude CAO. Echter, het ontbreken van een vergelijkbare bepaling in de nieuwe CAO 1999-2001 en de protocolaire afspraken duiden erop dat partijen ervan uitgingen dat de oude bepaling na afloop van de oude CAO bleef gelden.
Desondanks concludeerde de rechtbank dat partijen op grond van redelijkheid en billijkheid gehouden zijn overleg te voeren, maar dat de vordering tot salarisverhoging niet kan worden toegewezen. De vordering werd afgewezen en de eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot salarisverhoging op grond van overlegplicht over de overhevelingstoeslag wordt afgewezen.