ECLI:NL:RBROT:2001:AB0564

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 maart 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BOPZ 01/168
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Saarloos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 lid 1 BOPZArt. 38 BOPZArt. 14 BOPZArt. 5 BOPZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding beslissing machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens ontbrekende geneeskundige verklaring

De officier van justitie heeft een vordering ingediend tot het verlenen van machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank Rotterdam heeft de zaak behandeld en geconstateerd dat de overgelegde geneeskundige verklaring niet voldoet aan de wettelijke eisen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ).

De verklaring was opgesteld door de geneesheer-directeur van de instelling, die betrokkene echter niet kort tevoren had onderzocht. Ook was er geen recente beoordeling door een onafhankelijke psychiater die niet bij de behandeling betrokken was. De medeondertekenaar, een psychiater, verklaarde telefonisch geen onderzoek te hebben verricht.

Gezien het ontbreken van een geldige verklaring voldoet de vordering niet aan de vereisten van artikel 16, juncto 14 en 5 BOPZ en de daarop gebaseerde jurisprudentie. Daarom heeft de rechtbank de beslissing aangehouden en de officier van justitie opgedragen uiterlijk 23 maart 2001 alsnog een geldige verklaring te overleggen, bij gebreke waarvan de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Uitkomst: Beslissing aangehouden tot 23 maart 2001 voor overleg geldige geneeskundige verklaring, anders niet-ontvankelijkheid vordering.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROTTERDAM
Rekestnummer: BOPZ 01/168
Kenmerk : AZ 11/0186/2001
Datum beslissing: 9 maart 2001
De arrondissementsrechtbank te Rotterdam, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken.
Ingekomen is een vordering van de officier van justitie in dit arrondissement d.d. 20 februari 2001 tot het verlenen van machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van:
[naam]
geboren op [datum] te [plaats]
wonende te [woonplaats]
en de daarbij overgelegde geneeskundige verklaring van de geneesheer-directeur als bedoeld in artikel 16 lid 1 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) en het in artikel 38 BOPZ Pro bedoelde behandelingsplan en bericht over de stand van uitvoering daarvan.
De procedure
Gehoord zijn de behandelend arts, drs. Van Dijk en
mr. Bijlsma, raadsman van betrokkene.
Van dit verhoor is proces-verbaal opgemaakt, dat als hier ingevoegd dient te worden beschouwd.
De motivering van de beslissing
Uit de door de officier van justitie aan de rechtbank toegezonden geneeskundige verklaring, behorend bij het verzoekschrift, blijkt dat deze verklaring is opgesteld door A.S.J. Wolters, geneesheer-directeur van de instelling waar de betrokkene verblijft. Tevens blijkt uit die verklaring dat de geneesheer-directeur zelf de betrokkene niet kort tevoren heeft onderzocht.
Uit de geneeskundige verklaring blijkt niet dat de betrokkene kort tevoren is onderzocht door een (andere) psychiater die niet bij de behandeling betrokken was. De geneeskundige verklaring is weliswaar mede ondertekend door psychiater mevrouw V. v.d. Velde, maar zij verklaarde desgevraagd telefonisch aan de rechter dat zij de betrokkene niet daadwerkelijk heeft onderzocht.
De ingestelde vordering voldoet dus niet aan de eisen, die de BOPZ daaraan (in artikel 16, juncto 14, juncto 5) en de daarop gebaseerde jurisprudentie stelt.
De beslissing in deze zaak zal daarom worden aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen alsnog uiterlijk vrijdag 23 maart 2001, aan de eisen van de BOPZ te voldoen, bij gebreke waarvan de officier van justitie in zijn vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
De beslissing.
Draagt de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam op om uiterlijk vrijdag 23 maart 2001 zorg te dragen voor een geneeskundige verklaring omtrent voormelde betrokkene, welke verklaring aan de wettelijke eisen voldoet.
Houdt de beslissing in deze zaak aan tot uiterlijk maandag
26 maart 2001.
Deze beschikking is gegeven te Rotterdam,
door mr. Saarloos, rechter, in tegenwoordigheid van
Biharie