ECLI:NL:RBROT:2000:AA6408

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 juli 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
135380 / HA RK 00 -181
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.J.W.M. van Dooren
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek in civiele procedure

De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoekschrift van N.V. Maatschappij van Assurantie, Discontering en Beleening der Stad Rotterdam anno 1720 tot het bevelen van een voorlopig deskundigenonderzoek. Verweerster, een natuurlijke persoon, weigerde mee te werken aan een onderzoek door een van de door verzoekster voorgestelde deskundigen.

Na een eerdere tussenbeslissing waarin verweerster de gelegenheid kreeg akkoord te gaan met een onderzoek door een combinatie van deskundigen, bleef zij weigeren. Dit ondanks een schriftelijke mededeling van haar raadsman dat zij niet kon instemmen met een onderzoek door één van de drie door Stad Rotterdam voorgestelde artsen.

De rechtbank oordeelde dat zowel het verzoekschrift van verzoekster als het bij verweerschrift gedane zelfstandig verzoek van verweerster moesten worden afgewezen. De rechtbank verklaarde zich bevoegd kennis te nemen van het verzoekschrift en wees beide verzoeken af, waarmee het voorlopig deskundigenonderzoek niet werd bevolen.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek wordt afgewezen vanwege weigering van verweerster mee te werken.

Uitspraak

A R R O N D I S S E M E N T S R E C H T B A N K
T E R O T T E R D A M
Zaaknummer/Rekestnummer: 135380/HA RK 00-181
De arrondissementsrechtbank te Rotterdam, enkelvoudige kamer.
De beslissing op het op 15 maart 2000 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift, met bijlagen, van:
de naamloze vennootschap
N.V. MAATSCHAPPIJ VAN ASSURANTIE,
DISCONTERING EN BELEENING DER STAD ROTTERDAM ANNO 1720,
gevestigd te Rotterdam,
verzoekster,
procureur: mr. P.W. van Baal,
advocaat: mr. W.A. Luiten te Rotterdam,
strekkende tot het bevelen van een voorlopig deskundigen-onderzoek.
Het verzoekschrift richt zich tegen:
[naam]
wonende te [plaats],
verweerster,
procureur: mr. F.A. Tromp,
advocaat: mr. J.F. Schultz te Emmen.
1. Het verloop van de procedure
1.1
De rechtbank heeft in deze zaak een tussenbeslissing gegeven op 18 mei 2000, waarbij [verweerster]in de gelegenheid is gesteld om binnen drie weken na deze tussenbeschikking schriftelijk aan de rechtbank mede te delen of zij alsnog akkoord kan gaan met een voorlopig deskundigenonderzoek uit te voeren door twee deskundigen, te weten een van de door haar in haar antidotaal rekest voorgestelde deskundigen tezamen met de door Stad Rotterdam voorgestelde dr.[deskundige 1].
De inhoud van die beslissing geldt als hier herhaald en ingelast.
1.2
Bij schrijven van haar raadsman d.d. 30 mei 2000 heeft [verweerster] bericht dat zij niet kan instemmen met een onderzoek door één van de drie door Stad Rotterdam voorgestelde artsen.
2. De verdere beoordeling van het verzoekschrift en het bij verweerschrift gedane zelfstandig verzoek
Nu [verweerster] heeft gepersisteerd bij haar weigering mee te werken aan een onderzoek door een van de door Stad Rotterdam voorgestelde deskundigen, ook indien zulks in samenwerking met een van de door haarzelf voorgestelde deskundigen zou geschieden, zal de rechtbank, onder verwijzing naar hetgeen zij in haar voormelde tussenbeslissing heeft overwogen, zowel het verzoekschrift van verzoekster als het bij verweerschrift gedane zelfstandige verzoek van verweerster afwijzen.
3. De beslissing
de rechtbank,
verklaart zich bevoegd van het verzoekschrift kennis te nemen;
wijst af het verzoekschrift van verzoekster;
wijst af het bij verweerschrift gedane zelfstandig verzoek van verweerster.
Deze beslissing is gegeven op 6 juli 2000 door
mr. F.J.W.M. van Dooren, in tegenwoordigheid van
mr. S. Standaert-Dobbelaar, griffier.
1158