ECLI:NL:RBROT:1999:AF0430

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/511 EA
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Van Thiel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Uit de stukken en haar eigen verklaringen bleek dat zij geen aangifte inkomstenbelasting had gedaan over de jaren 1995 tot en met 1998, terwijl zij in die jaren aanzienlijke alimentatie-inkomsten genoot. De belastingdienst had een aanslag vastgesteld die zij niet volledig had voldaan en de schuld bedroeg meer dan 50.000 gulden.

Daarnaast had verzoekster een schuld bij de Postbank opgebouwd van ruim 50.000 gulden door met haar creditcard geld op te nemen en uit te geven terwijl zij wist dat haar inkomsten onvoldoende waren om deze schulden te dekken. Hoewel verzoekster psychische problemen aanvoerde als reden voor haar handelen, oordeelde de rechtbank dat dit haar niet vrijstelde van haar verantwoordelijkheid en dat zij advies had kunnen inwinnen.

De rechtbank concludeerde dat verzoekster niet te goeder trouw was in haar financiële gedragingen en daarom het verzoek tot schuldsaneringsregeling afwees.

Uitkomst: Het verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Rotterdam
Enkelvoudige kamer
X.
wonende te P.,
verzoekster,
heeft op 27 augustus 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting, waaronder de verklaringen van verzoekster zelf, is het volgende gebleken.
Verzoekster heeft verzuimd aangifte inkomstenbelasting te doen over de jaren 1995, 1996, 1997 en 1998, hoewel zij in elk van die jaren inkomsten uit alimentatie genoot van meer dan f. 40.000,00. De fiscus heeft de aanslag inkomstenbelasting over 1995 vastgesteld op f. 12.500,00. Dit bedrag is geheel betaald gebleven. De aanslagen inkomstenbelasting over 1996. 1997 en 1998 zullen spoedig volgen en niet lager zijn dan de aanslag over 1995. De schuld aan de fiscus bedraagt derhalve meer dan f. 50.000,00. Verzoekster heeft geen maatregelen genomen om haar schuld aan de fiscus te kunnen betalen. Zij beschikt thans niet over middelen om genoemde schuld te kunnen betalen. Verzoekster heeft gesteld geen aangifte te hebben gedaan en geen maatregelen te hebben genomen om in staat te zijn haar schulden aan de fiscus te betalen wegens psychische problemen. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster ten aanzien van het onbetaald laten van haar schuld aan de fiscus niet te goeder trouw is geweest. Haar psychische problemen, zo deze al bestaan, kunnen hieraan niet in de weg staan. Verzoekster had immers op deze punten advies kunnen inwinnen bij haar advocaat, de fiscus, maatschappelijk werk, etc., etc., etc. Voorts had zij moeten begrijpen dat zij een deel van de alimentatie moest sparen om de fiscus te kunnen betalen.
De schuld aan de Postbank af f. 50.788,45 is ontstaan doordat verzoekster door middel van haar creditcard geld is blijven opnemen en uitgeven, hoewel zij toentertijd wist dat daar onvoldoende inkomsten tegenover stonden. De rechtbank is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan van de schuld aan de Postbank evenmin te goeder trouw is geweest.
Het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling dient derhalve te worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank
- wijst het verzoek af;
Gewezen door mr. Van Thiel, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.