ECLI:NL:RBROT:1999:AA5133
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens onverenigbaarheid van karakters met onvoldoende ontslaguitkering vernietigd
Verzoeker werd op 19 maart 1999 eervol ontslagen wegens onverenigbaarheid van karakters met een ontslaguitkering van 70% van het reguliere wachtgeld. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, waarbij de president de uitkering tijdelijk op het reguliere wachtgeldniveau stelde.
Bij besluit van 7 september 1999 werd het bezwaar ongegrond verklaard, waarna verzoeker beroep instelde en opnieuw een voorlopige voorziening verzocht. De rechtbank oordeelde dat het ontslagbesluit niet in stand kan blijven omdat de ontslaguitkering niet ten minste gelijk was aan het reguliere wachtgeld, zoals vereist volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4 Awb Pro.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, wees het verzoek om voorlopige voorziening af, en veroordeelde de gemeente Rotterdam tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door president P. van Zwieten op 5 november 1999.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens onverenigbaarheid van karakters wordt vernietigd vanwege onvoldoende ontslaguitkering.