ECLI:NL:RBROT:1999:AA4121
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit weigering rentevergoeding na onrechtmatige inhouding bezoldiging ambtenaar
Eiser, een ambtenaar, verzocht de gemeente Rotterdam om schadevergoeding en rente over de periode van 1 november 1995 tot 18 januari 1996, waarin zijn bezoldiging was ingehouden vanwege weigering mee te werken aan een geneeskundig onderzoek. Na bezwaar en een herroeping van het oorspronkelijke besluit werd de bezoldiging alsnog doorbetaald, maar de gemeente weigerde rente te vergoeden over de periode van niet-betaling.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 26 oktober 1995, waarop de inhouding was gebaseerd, onrechtmatig was omdat het een beoordelingsfout betrof en daarmee in strijd met het recht was genomen. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat een bestuursorgaan in bezwaar ook op andere dan rechtmatigheidsgronden kan terugkomen, maar dat dit niet betekent dat het oorspronkelijke besluit niet onrechtmatig was.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt de gemeente om binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen over de rentevergoeding. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. Eiser was niet aanwezig bij de zitting, maar de rechtbank baseert zich op de stukken en het verweer van de gemeente.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de gemeente moet binnen zes weken een nieuwe beslissing nemen over de rentevergoeding.