ECLI:NL:RBROT:1998:AA3674
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening na vergunningverlening café
Verweerder verleende eisers een exploitatievergunning voor een café op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam. Tegen deze vergunning maakten onder andere de Vereniging van Eigenaars bezwaar. Verweerder herroept de vergunning en weigert deze alsnog na bezwaar. Eisers stellen beroep in tegen dit bestreden besluit, maar dit beroepschrift is te laat ingediend.
De rechtbank onderzoekt de ontvankelijkheid van het beroep. De beroepstermijn bedraagt zes weken en vangt aan na bekendmaking van het besluit. Eisers dienden het beroepschrift ruim een maand na het verstrijken van de termijn in. Verweerder had nagelaten tijdig mededeling te doen van het besluit, waardoor eisers later van het besluit op de hoogte raakten. Eisers beroepen zich op artikel 6:11 Awb Pro dat een verschoonbare termijnoverschrijding mogelijk maakt, en op artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de overschrijding niet verschoonbaar is, omdat eisers niet binnen de redelijke termijn van twee weken na kennisgeving een beroepschrift hebben ingediend. Ook het niet meesturen van het préadvies van de Algemene Beroepscommissie door verweerder vormt geen gegronde reden. De rechtbank wijst het beroep af als niet-ontvankelijk en volgt het verweer dat de termijn van twee weken niet in strijd is met het EVRM. Er worden geen kosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening zonder verschoonbare reden.