ECLI:NL:RBROE:2012:BY6946
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding voor preventieve kosten na overstroming Maas 2011
Eiser leed schade aan zijn camping door de overstroming van de Maas in januari 2011 en vroeg een tegemoetkoming voor de schade en bereddingskosten. Verweerder kende een vergoeding toe voor de schade aan vaste en vlottende activa, maar sloot de kosten van een preventief systeem voor elektriciteitskasten uit omdat deze in 2003 waren aangelegd en niet direct verband hielden met de overstroming in 2011.
Eiser stelde dat de kosten van het systeem vergoed moesten worden omdat het de schade in 2011 had beperkt en taxateurs in 2003 hadden aangegeven dat dergelijke kosten bij een volgende overstroming zouden worden vergoed. Verweerder handhaafde het besluit en verwees naar de parlementaire geschiedenis van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts), waarin staat dat alleen kosten gemaakt bij een dreigende of voltrokken ramp als bereddingskosten worden vergoed.
De rechtbank oordeelde dat de kosten van het systeem niet als bereddingskosten in het kader van de overstroming van 2011 konden worden beschouwd omdat zij in 2003 zijn gemaakt, zonder dat er toen een dreiging was. Het argument van eiser dat hij met het systeem zijn schade had beperkt, deed hier niet aan af omdat de regeling slechts 65% van de schade vergoedt. Ook was er geen sprake van een schending van het vertrouwensbeginsel omdat de toezeggingen van taxateurs niet schriftelijk waren vastgelegd en zij niet bevoegd waren namens verweerder te spreken.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen vergoeding toe te kennen voor de preventieve kosten is ongegrond verklaard.