ECLI:NL:RBROE:2011:BU2973
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Grootouders niet ontvankelijk in verzoek omgangsregeling met kleinkinderen wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De grootouders hebben verzocht om een omgangsregeling met hun kleinkinderen, die zij gedurende tien maanden samen met de moeder hebben verzorgd. Na het beëindigen van de relatie tussen de ouders en het stopzetten van de omgang tussen vader en kinderen, wilden zij het contact met de minderjarigen formaliseren. De moeder betwistte dat de grootouders de kinderen hebben opgevoed en stelde dat er geen nauwe persoonlijke betrekking bestaat.
De rechtbank heeft onderzocht of de grootouders een nauwe persoonlijke betrekking tot de minderjarigen hebben zoals vereist in artikel 1:377a BW en family life in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Hoewel er een goede band bestaat, is deze niet meer dan het normale grootouder-kind contact. Het verblijf van de kinderen bij de grootouders vond plaats onder zorg van de moeder, en er is sinds dat verblijf een aanzienlijke tijd verstreken.
Daarom verklaart de rechtbank de grootouders niet ontvankelijk in hun verzoek. De rechtbank benadrukt dat partijen in onderling overleg tot omgangsafspraken moeten komen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen. Tegen deze beschikking staat beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch binnen drie maanden.
Uitkomst: De grootouders worden niet ontvankelijk verklaard in hun verzoek om vaststelling van een omgangsregeling wegens ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking.