ECLI:NL:RBROE:2011:BR5345
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- M.B.T.G. Steeghs
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- J.H.M. Delnooz-Engels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid MTV-controle wegens onvoldoende onderbouwing en toetsing aan Schengengrenscode
De rechtbank Roermond behandelde het hoger beroep van de officier van justitie tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de vordering tot inbewaringstelling van verdachte had afgewezen wegens onrechtmatigheid van de aanhouding en inverzekeringstelling. De onrechtmatigheid werd vastgesteld omdat het dossier onvoldoende inzicht gaf of de controle op grond van artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) was uitgevoerd.
De rechtbank overwoog dat hoewel artikel 4.17a Vb 2000 voldoende wettelijke waarborgen bevat om een MTV-controle niet in strijd te laten zijn met de Schengengrenscode, het proces-verbaal onvoldoende onderbouwing gaf van de factoren die voor een rechtmatige staandehouding vereist zijn. Zo ontbraken gegevens over de wijze van steekproefsgewijze controle, controletijden en controlemomenten, en werd geen rekening gehouden met het gedrag van verdachte of specifieke omstandigheden.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin is bepaald dat controles in grensgebieden niet hetzelfde effect mogen hebben als grenscontroles en dat de controlebevoegdheid adequaat moet worden gereguleerd. De rechtbank concludeerde dat de rechter-commissaris terecht de vordering tot inbewaringstelling had afgewezen, doch met verbetering van de gronden.
De beslissing bevestigt dat voor een rechtmatige staandehouding krachtens de Vreemdelingenwet 2000 het proces-verbaal voldoende inzicht moet geven in de omstandigheden en dat de controle conform artikel 4.17a Vb 2000 moet zijn uitgevoerd. De rechtbank benadrukt het belang van transparantie en toetsbaarheid van de controlebevoegdheid in het kader van het Schengengrensrecht.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de onrechtmatigheid van de aanhouding en inverzekeringstelling en wijst het hoger beroep van de officier van justitie af.