ECLI:NL:RBROE:2011:BQ3509
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontbinding dienstverband
Eiser was sinds 1992 in dienst bij [belanghebbende] en vervulde functies waaronder rentmeester en manager registergoederen. Hij verkocht namens [belanghebbende] 21 percelen grond voor een relatief lage prijs aan een koper waarvan hij mogelijk financieel betrokken was. De kantonrechter ontbond het dienstverband wegens dringende reden vanwege vermeende belangenverstrengeling en gebrek aan integriteit.
Het UWV weigerde daarop een WW-uitkering aan eiser, stellende dat hij verwijtbaar werkloos was geworden. Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering en voerde aan dat het UWV geen volledig onderzoek had gedaan en dat hij integer had gehandeld. De rechtbank stelde vast dat het UWV zich bij zijn besluitvorming beperkte tot de beschikking van de kantonrechter en niet alle relevante stukken had betrokken.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit op grond van strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb moest vernietigen, omdat niet alle omstandigheden waren meegewogen. Desondanks achtte de rechtbank de conclusie van verwijtbare werkloosheid juist op basis van de feiten en omstandigheden, waaronder de betrokkenheid van eiser bij de doorverkoop van percelen, het aannemen van vergoedingen zonder toestemming en het schenden van integriteitseisen.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan eiser en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, waardoor eiser geen WW-uitkering ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand waardoor eiser geen WW-uitkering ontvangt.