ECLI:NL:RBROE:2011:BP2887
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslag op opbrengst gezamenlijke verkoop onroerende zaken treft geen doel
De rechtbank Roermond behandelde een geschil tussen drie verkopers van onroerende zaken en een schuldeiser die conservatoir derdenbeslag had gelegd op de koopsom die door een koper was voldaan. De verkopers hadden gezamenlijk onroerende zaken verkocht aan een derde partij, waarbij de koopsom in gedeelten werd betaald. Een van de verkopers, tevens eiser, stelde dat het beslag dat door de schuldeiser was gelegd op het gehele bedrag niet op zijn aandeel in de gemeenschap van verkopers was gericht en daarom geen doel trof.
De rechtbank overwoog dat de vordering van de verkopers als een gemeenschap moet worden beschouwd, waarbij het aandeel van een deelgenoot een vermogensrecht is dat verschilt van het eigendom van de zaken zelf. De jurisprudentie van de Hoge Raad bevestigt dat beslag op een vordering niet kan worden geconverteerd naar beslag op een aandeel daarin. De rechtbank oordeelde dat de schuldeiser had moeten weten dat het beslag op het gehele bedrag niet voldeed en had moeten specificeren dat het beslag op het aandeel van de betreffende verkoper werd gelegd.
Verder werd geoordeeld dat de schuldeiser de gevolgen van het niet-specifiek leggen van beslag moet dragen, waardoor het beslag op het gehele bedrag geen doel treft en dient te worden opgeheven. Daarnaast werd de schuldeiser veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over het bedrag waarop het beslag rustte vanaf de datum van beslaglegging. De vorderingen tot vergoeding van overige schade werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. In reconventie werd het beslag dat de verkopers hadden gelegd op de schuldeiser opgeheven en werd een vergelijkbare rentevergoeding toegewezen.
De rechtbank wees de proceskosten toe aan de in het ongelijk gestelde partijen en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het beslag op de gezamenlijke koopsom wordt opgeheven omdat het niet op het aandeel van de individuele verkoper was gericht en de schuldeiser wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente.