ECLI:NL:RBROE:2010:BO2565

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
11 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
101872 / FA RK 10-904
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 RvArt. 261 lid 2 RvArt. 677 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Procedurele vereisten voor zelfstandige verdeling huwelijksgoederengemeenschap

Verzoekster heeft bij verzoekschrift verzocht om verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap op haar wijze. De rechtbank stelt voorshands vast dat, behalve in het kader van een echtscheidingsprocedure waarbij verdeling als nevenvoorziening wordt gevraagd, een zelfstandige vordering tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap uitsluitend via dagvaarding kan worden ingeleid.

Deze conclusie baseert de rechtbank op de samenhang tussen artikel 261 lid 2 Rv Pro, dat bepaalt dat alleen zaken die uit de wet voortvloeien via verzoekschrift kunnen worden ingeleid, en artikel 677 Rv Pro, dat spreekt over 'het vonnis' en 'de vordering' bij verdeling van gemeenschappen. De rechtbank geeft partijen de gelegenheid om zich binnen vier weken uit te spreken over dit voorshands oordeel.

Indien de rechtbank na de reacties van partijen bij haar oordeel blijft, zal zij handelen overeenkomstig artikel 69 Rv Pro, wat kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift. De verdere beslissing wordt aangehouden tot partijen hun standpunt hebben gegeven.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de zelfstandige vordering tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap niet via verzoekschrift kan worden ingeleid en stelt partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht
zaaknummer / rekestnummer: 101872 / FA RK 10-904
Beschikking van 11 augustus 2010
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
advocaat mr. B.T.M. de Kinkelder
en
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder,
advocaat mr. J.M.G. Cox.
1. De beoordeling
1.1. Bij verzoekschrift binnengekomen bij deze rechtbank op 2 juni 2010 heeft verzoekster verzocht om verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap op de door haar voorgestelde wijze.
1.2. De rechtbank is voorshands van oordeel dat, tenzij in het kader van een echtscheidingsprocedure verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap wordt gevraagd als nevenvoorziening, de procedure tot verdeling van een huwelijksgoederengemeenschap als zelfstandige vordering door een dagvaarding dient te worden ingeleid. Dit gelet op het feit - in samenhang met art. 261 lid 2 Rv Pro waarin is bepaald dat enkel die zaken met een verzoekschrift worden ingeleid ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit - dat in art. 677 Rv Pro, hetgeen handelt over de verdeling van gemeenschappen, wordt gesproken over ‘het vonnis’ en ‘de vordering’.
1.3. De rechtbank komt het geraden voor om partijen eerst in de gelegenheid te stellen zich uit te spreken over het voorshands oordeel van de rechtbank dat een zelfstandige vordering tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap enkel bij dagvaarding kan worden ingeleid. Indien de rechtbank, na de – eventuele – uitlatingen van partijen bij haar voorshands oordeel blijft dat verzoekster het verkeerde inleidende processtuk heeft gehanteerd, dan dient te worden gehandeld in overeenstemming met het bepaalde in art. 69 Rv Pro.
2. De beslissing
De rechtbank
2.1. stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voorshands oordeel van de rechtbank binnen vier weken te rekenen vanaf de datum van deze uitspraak,
2.2. houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2010.?