ECLI:NL:RBROE:2010:BN4236
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.C.M. Bomans
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering op grond van vaststellingsovereenkomst lening en leveringen tussen brouwerij en horeca-exploitant
Partijen sloten op 27 juli 2006 een vaststellingsovereenkomst betreffende een lening en openstaande facturen. Inbev vordert betaling van het opeisbare bedrag van de lening, openstaande leveringsfacturen en rente. De gedaagde erkent de hoofdsom van de lening maar stelt een afwijkende afspraak over betaling van facturen na verkoop van zijn bedrijf.
De rechtbank overweegt dat de vaststellingsovereenkomst de rechtsverhouding eenduidig regelt en eerdere afspraken vervangt. Het betwiste schrijven uit 2005 ziet niet op de betreffende facturen uit 2007-2008. De gestelde afwijkende afspraak is niet voldoende onderbouwd en wordt verworpen.
De rechtbank oordeelt dat de gedaagde zijn betalingsverplichtingen niet is nagekomen, waardoor de lening ineens opeisbaar is geworden. De vordering tot betaling van wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf 11 augustus 2009, maar niet voor de periode daarvoor wegens onvoldoende onderbouwing.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van lening, openstaande facturen, rente en proceskosten conform de vaststellingsovereenkomst.