ECLI:NL:RBROE:2010:BM0866
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding vordering na blootstelling asbest wegens verjaring
De erven van een man die is overleden aan mesothelioom vorderen schadevergoeding van asbestproducent Eternit wegens blootstelling aan asbest tijdens werkzaamheden in de periode 1967-1975. De rechtbank stelt vast dat de vordering verjaard is, omdat de blootstelling en het ontstaan van schade buiten de wettelijke termijn vallen.
Eternit voert aan dat sinds de invoering van artikel 3:310, lid 5 BW geen ruimte meer is voor doorbreking van verjaring, maar de rechtbank verwerpt dit en benadrukt dat de wetgever ruimte laat voor uitzonderingen op grond van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank beoordeelt of het beroep op verjaring onaanvaardbaar is en concludeert dat de vordering niet binnen een redelijke termijn is ingesteld na het bekend worden van de diagnose en aansprakelijkstelling.
Het tijdsverloop tussen diagnose, aansprakelijkstelling, kort geding en bodemprocedure is te lang, waardoor de positie van Eternit onnodig wordt bezwaard. Daarom wordt het beroep op verjaring gehonoreerd en de vordering afgewezen. De erven worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de erven af wegens verjaring.