ECLI:NL:RBROE:2010:BL7466
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen opheffing conservatoir beslag ondanks onjuiste vermelding hoofdzaak in beslagrekest
De zaak betreft een geschil tussen eiser en gedaagde over de geldigheid van een conservatoir beslag op een woonhuis. Eiser was eerder veroordeeld wegens het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan gedaagde en aansprakelijk gesteld voor schadevergoeding. Gedaagde legde conservatoir beslag op het woonhuis van eiser en diens ex-echtgenote om zekerheid te verkrijgen voor de schadevergoeding.
Eiser stelde dat het beslag niet rechtsgeldig tot stand was gekomen omdat in het beslagrekest ten onrechte was vermeld dat de eis in de hoofdzaak reeds was ingesteld, terwijl dat niet het geval was. Hierdoor zou geen termijn zijn verleend voor het instellen van de hoofdzaak, wat volgens eiser tot nietigheid van het beslag leidt. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat gedaagde het beslag pas legde nadat de hoofdzaak was ingesteld, binnen de daarvoor gestelde termijn, zodat het beslag rechtsgeldig is.
Daarnaast voerde eiser aan dat het beslag opgeheven moest worden omdat hij het voorschot van EUR 5.000,- had voldaan en het beslag daardoor vexatoir was geworden. Dit werd verworpen omdat de totale schadevergoeding nog niet vaststaat en hoger is dan het betaalde voorschot. Ook het argument dat beslag onrechtmatig was omdat het woonhuis nog onverdeeld gemeenschappelijk eigendom was, werd verworpen omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat de schuld een aan hem verknochte schuld betrof.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten. Het beslag blijft gehandhaafd zodat gedaagde zijn verhaalsmogelijkheden behoudt.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt niet opgeheven en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.