ECLI:NL:RBROE:2010:BL3122
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- M.J.A.G. van Baal
- V.P. van Deventer
- W.A.H.J. Poppeliers
- Rechtspraak.nl
Kwijtschelding restant ontnemingsbedrag wegens kennelijk onredelijke incasso CJIB
Verzoeker heeft een ontnemingsvordering opgelegd gekregen tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel. Na betaling van een deel en het afsluiten van een lening, resteert nog een bedrag van ruim € 39.000. Het CJIB eist betaling in twee termijnen zonder betalingsregeling te willen treffen, ondanks dat verzoeker maandelijks vrijwillig € 500 betaalt.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker niet in staat is het resterende bedrag in twee termijnen te voldoen vanwege zijn financiële situatie, waarbij ook de woning en auto geen verhaalsmogelijkheden bieden. Verzoeker heeft gedurende lange tijd trouw betaald en een lening afgesloten om aan zijn verplichtingen te voldoen.
De officier van justitie stelt dat de rechtbank geen bevoegdheid heeft om een betalingsregeling te treffen, maar de rechtbank oordeelt dat de incassohandelwijze van het CJIB kennelijk onredelijk is. De dreigende executie is bezwarend en contraproductief voor verzoeker, zijn partner en bedrijf.
Daarom beslist de rechtbank tot kwijtschelding van het resterende ontnemingsbedrag, omdat het geen betalingsonwil maar betalingsonmacht betreft en de incassopraktijk van het CJIB disproportioneel is.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot kwijtschelding van het resterende ontnemingsbedrag toe wegens betalingsonmacht en kennelijk onredelijke incasso door het CJIB.