ECLI:NL:RBROE:2010:BK8247
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.R. Soutendijk
- Rechtspraak.nl
Toepassing en uitleg van CAO-bepaling over aanvulling WIA-uitkering tijdens derde ziektejaar
Eiser was van oktober 2004 tot augustus 2009 in dienst bij gedaagde als productiemedewerker en raakte in november 2006 arbeidsongeschikt. Vanaf november 2008 ontving eiser een loongerelateerde WGA-uitkering. Eiser vorderde een aanvulling tot 100% van zijn netto inkomen over de periode januari tot augustus 2009 op grond van artikel 49 lid 1 sub c van Pro de CAO voor de Technische Groothandel, waarin een aanvulling op de WAO-uitkering wordt genoemd.
Gedaagde betwistte dat deze CAO-bepaling ook op de WIA-uitkering van toepassing is en stelde dat er zelfs te veel was betaald. Ook werd het verzoek tot proceskostenvergoeding wegens vermeend misbruik van procesrecht afgewezen omdat de ontslagvergunning door het UWV terecht was geweigerd.
De kantonrechter stelde vast dat de CAO-partijen in andere artikelen WAO en WIA samen noemden en dat het niet expliciet vermelden van WIA in artikel 49 waarschijnlijk Pro een omissie was. Daarom moet de WAO in dit artikel gelezen worden als WAO/WIA. Gedaagde is op grond hiervan verplicht de gevorderde suppletie te betalen. De gevorderde wettelijke verhoging wegens te late betaling werd gematigd tot nihil. De vordering tot vergoeding van proceskosten wegens misbruik van procesrecht werd afgewezen omdat geen onrechtmatigheid was vastgesteld.
De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde is verplicht de gevorderde suppletie op de WIA-uitkering te betalen, terwijl de vordering tot proceskostenvergoeding wegens misbruik van procesrecht wordt afgewezen.