ECLI:NL:RBROE:2009:BK5011
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.C.G. Brants
- G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe
- M.I.J. Hegeman
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming medische behandeling minderjarige tegen Mexicaanse griep
De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming te verlenen voor een medische behandeling van een minderjarige, namelijk een vaccinatie tegen de Mexicaanse griep. De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, was al geruime tijd niet bereikbaar en reageerde niet op verzoeken, waardoor een gezagsvacuüm ontstond.
De rechtbank onderzocht of het niet verkrijgen van toestemming gelijkgesteld kon worden aan weigering. Omdat de moeder niet op de hoogte was van het verzoek, was er geen sprake van een weigering in de zin van artikel 1:264 BW Pro. De rechtbank stelde vast dat de stichting onvoldoende medische onderbouwing had geleverd dat de vaccinatie noodzakelijk was om ernstig gevaar voor de gezondheid te voorkomen.
Toch paste de rechtbank artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind toe en maakte een belangenafweging. Gezien het feit dat de moeder niet in staat was het gezag uit te oefenen en het belang van de minderjarige bij de vaccinatie, mede vanwege het pleeggezin met een jonger kind en het risico op complicaties, woog het belang van het kind zwaarder.
De rechtbank besloot daarom de gevraagde vervangende toestemming te verlenen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze uitspraak staat beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor vaccinatie van de minderjarige tegen de Mexicaanse griep.