ECLI:NL:RBROE:2009:BI6016
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot machtiging partiële uithuisplaatsing minderjarige afgewezen en ondertoezichtstelling verlengd
De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg heeft op 14 mei 2009 een verzoek ingediend tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, alsmede tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De minderjarige is onder toezicht gesteld tot 15 juli 2009. De uithuisplaatsing betreft een partiële pleegzorgplaatsing waarbij de minderjarige één weekend per veertien dagen bij een ouder echtpaar verblijft.
Tijdens de mondelinge behandeling op 26 mei 2009 waren de moeder, vader en de gezinsvoogdes aanwezig. De moeder was het eens met de verzoeken van de stichting, behalve met de voorwaarde van een ouderbijdrage vanwege haar financiële situatie. De gezinsvoogdes lichtte toe dat de plaatsing bedoeld is om de moeder te ontlasten.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en verlengt deze met één jaar. Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing stelt de rechter dat het systeem van regelgeving niet is bedoeld voor tijdelijke, terugkerende korte perioden van verblijf buiten het ouderlijk huis zonder gedeelde verantwoordelijkheid. Daarom wijst de kinderrechter het verzoek tot machtiging tot partiële uithuisplaatsing af, en verwijst naar artikel 1:258 BW Pro voor mogelijke alternatieven.
De beslissing is op 3 juni 2009 uitgesproken en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd en het verzoek tot machtiging voor partiële uithuisplaatsing wordt afgewezen.