ECLI:NL:RBROE:2009:BH5988
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Oelmeijer
- M.J.H. van den Hombergh
- C.C.W.M. Aretz
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij bezit van verdovende middelen en drugsvormingsmateriaal
De rechtbank Roermond behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid amfetamine/methamfetamine en hennep, alsmede van het bezit van een vulschoen en vliegwiel bestemd voor drugsvorming. De tenlastelegging betrof goederen die op of omstreeks 24 oktober 2006 in de berging van verdachte waren aangetroffen.
De verdediging stelde dat verdachte niet wist dat het om verdovende middelen ging, maar dat hij goederen had opgeslagen voor een bekende vrouw die hem had gevraagd spullen bij hem te bewaren. Verdachte vertrouwde haar en had geen reden om te vermoeden dat het om drugs ging. De officier van justitie voerde aan dat verdachte voorwaardelijk opzet had, gelet op de grote hoeveelheid drugs en zijn reactie bij de politie.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om opzet of wetenschap aan verdachte toe te rekenen. De verklaringen van verdachte werden aannemelijk geacht en ondersteund door verklaringen van derden. De verpakte goederen verspreidden geen geur en verdachte dacht dat het om veevoederingrediënten ging. Het enkele feit van de grote hoeveelheid drugs was onvoldoende om voorwaardelijk opzet aan te nemen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet en wetenschap met betrekking tot het bezit van verdovende middelen en drugsvormingsmateriaal.